Verhalen

Sterven met een glimlach

Geplaatst op

‘Hallo Schatje’ , zo begroette mevrouw Van Olst alle mensen die in haar kamer kwamen. Aan mensen die oud zijn en in bed liggen moet je altijd even wennen. Begrijpen ze wat je zegt? Horen ze wel goed? Wat kunnen ze wel, wat kunnen ze niet (meer)? Wat willen ze wel/niet? Mevrouw Van Olst was altijd duidelijk in wat ze wilde. ‘Haal die hand even van mijn schouder, te zwaar’. Ze was oud, heel oud, niet echt ziek, maar op. Het eten vond ze elke avond een feest. Veel bezoek kreeg ze niet. Een paar vriendinnen en soms een familielid. Maar een van de vriendinnen werd zelf ziek. Tot slot kreeg mevrouw Van Olst nog maar heel weinig bezoek. Ik ging vaak bij haar zitten, praatje maken. Ze had een café in Amsterdam gerund, tot op late leeftijd. Ik vroeg haar naar foto’s. ‘In het laatje’, zei ze. Ik maakte de envelop open en vond een foto van een beeldschone dame, een ‘pin-up’ uit de jaren ‘50! Ik vroeg (voor de zekerheid) of zij dat was. JA! Ze knikte trots en ik zag een leven aan me voorbij gaan. Op een avond moest zij heel vaak op de postoel. En dat duurde wel even. ‘Eerst de benen in de lucht, mevrouw Van Olst!’ riep ik dan, terwijl ik de dekens wegsloeg. Daar moest ze altijd om lachen, en ondanks de pijnlijke draai vanaf de bedrand naar de postoel keken haar heldere ogen mij dan stralend aan. Ze wilde haar bed graag schoonhouden, dus dan maar vaak op de stoel. Vijf keer in twee uur. Moe was ze. Na de vijfde keer die avond was ze plotseling heel vastberaden: ze weigerde eten en drinken merkte ik. Ze wilde ook geen pillen meer. Zij hield mijn hand stevig vast, ze leek te slapen. Ineens gingen haar ogen open: ‘ik weet wel dat JIJ naast me zit, hoor!’. Ik schrok even. Ze sloot haar ogen weer. Niet veel later gingen haar ogen weer open: ‘wat zou jij doen?’. Ik was even van de kaart, een splitsecond dacht ik: wat bedoelt ze? Vrijwel direct begreep ik het: ze had besloten afscheid van dit leven te nemen. Ik zei dat ik hetzelfde zou doen. Er verscheen een grote glimlach om haar mond, ze zakte tevreden in de kussens en ik bleef haar hand vasthouden. De volgende dag is ze rustig in haar slaap overleden. Ik heb thuis een kaarsje voor haar opgestoken.

Verhalen

Happy in het hospice

Geplaatst op

Meneer Kaarsenmaker was een vrolijke gast in het hospice. Hij probeerde altijd slinks je naam op je badge te lezen en begroette je dan met je eigen naam, en altijd een hand. Goedemorgen Joke, goedemiddag Joke, goedenavond Joke. Een van de eerste avonden vroeg hij om even naast hem te gaan zitten. We namen zijn leven door. Druk, mooi leven. Zijn vrouw was al eerder overleden. Hij miste haar nog steeds heel erg. Enige jaren geleden was hij ook een zoon verloren. Dat was nog steeds moeilijk voor hem. Veel te jong, hij huilde. Maar ging snel over op mooie, trotse verhalen over zijn kleinkinderen. Een van zijn kleinkinderen had het heel moeilijk met de situatie van zijn opa. Met hem had hij vanmiddag een goed gesprek gevoerd. Opa had hem bemoedigend toegesproken. Gezegd dat hij een mooi leven had gehad en dat hij nu geroepen werd. Dat hij ook iets moois van zijn leven moest maken, ondanks tegenslagen. Dat gesprek had zijn kleinzoon (en hemzelf) goed gedaan. Aan zo’n opa heb je wat. Meneer Kaarsenmaker kwam vaak in de huiskamer eten. Vond hij gezellig, met bezige bijen om hem heen, en gelach.  Hij kaartte ook graag met familie in de tuin. Dan boden we ze een glaasje aan en een zoutje. Hij zat te genieten. Daar was hij ook duidelijk over: ‘ik voel me hier zo happy!’. Die avond deed ik de lichten voor hem aan en de gordijnen dicht. Hij was verdrietig. Ik vroeg of het ging. Hij zei nogmaals dat hij zo happy hier was, ‘want zoals zijn zoon was gestorven in het ziekenhuis, dat was verschrikkelijk’, dat wilde hij nooit meer meemaken. Nu begreep ik zijn rust, zijn kracht, zijn positiviteit over de situatie in zijn laatste levensfase. Hij voelde zich veilig en kon mede daardoor het einde van zijn leven accepteren. Hij verlangde er ook naar bij zijn vrouw en zoon te zijn. Een dag later bleef hij de hele dag op bed liggen. Dat was een duidelijk teken. De nacht erop overleed hij, in bijzijn van zijn zoon.

Verhalen

Een geschenk op de valreep

Geplaatst op

Max was een heel bijzondere man. Je kwam binnen en hij keek door je heen. Op die manier reageerde hij ook op je. Ieder wat wils, of je wilde of niet. Hij was kunstenaar, gaf op de universiteit kunstlessen en was een heel belezen man. Bij onze kennismaking was het meteen goed. Een van de eerste vragen die hij aan mij stelde, na uitgebreid geïnformeerd te hebben wie ik was en wat ik zoal deed, was of ik de laatste woorden van Vesalius kende. Wist wel dat Vesalius de grondlegger van de anatomie was, maar verder had ik me nooit in hem verdiept. Dat moet ik vanavond even googlen dacht ik. Maar op die manier kwam ik er niet achter. Dus de volgende dienst naar hem toe. Ik gaf eerlijk toe dat ik er niet achter was gekomen en wel heel nieuwsgierig was naar de laatste woorden van zo’n medische legende. Vond ie leuk. Ergens in een agenda had hij de tekst bewaard. Die hebben we gevonden, mooie woorden, onverwacht diepzinnig. Toen kon het niet meer stuk tussen ons. We praatten wat af. Hij was oud en op, zei hij zelf. Volgens mij was hij lichamelijk niet zo op, maar hij had een besluit genomen. Dat eenmaal genomen, moest er maar snel een einde aan zijn leven komen vond hij. Hij was heel blij met zijn geleide leven, keek er met liefde op terug, no doubts, hij was klaar. Hij kwam niet meer uit bed, was ineens helemaal afhankelijk. Dat is moeilijk te verteren, maar kan op zo’n moment niet anders. Maar hij bleef desondanks wel in staat om te sturen. Hij bracht zelf een onderscheid aan tussen mensen met wie hij praatte en mensen die hem verzorgden. Begreep het wel, maar gaat even buiten de regeltjes om. Gelukkig werd dat wel geaccepteerd. De enige oplossing voor hem was snel sterven. Hij vertelde me dat hij als depressief was gediagnostiseerd. Dat zag hij wel, maar wilde dat oordeel eigenlijk ook weer niet aan. Na enkele weken bleek hij ‘stabiel’ te zijn. Er werd met hem gesproken over overplaatsing naar een verpleeghuis. Hij begreep dat heel goed, maar het paste niet bij zijn plan. Daar had hij het moeilijk mee. In het verpleeghuis was op dat moment geen plaats, dus het was afwachten. Dat vond hij moeilijk. Hij wist niet waar hij aan toe was. ‘Deze onzekerheid kun je een mens toch niet aandoen’ zei hij. Nee, eigenlijk niet. Maar we hebben nu eenmaal geen zeggenschap over het moment van sterven en er zijn veel criteria die bepalen waar je op zo’n moment terechtkomt. Wat kun je voor iemand in deze situatie doen? De volgende dienst hoorde ik bij de overdracht dat hij waarschijnlijk een tia had doorgemaakt. Ik kwam boven en hij was heel anders. Zijn gehoor was al slecht, maar nu nog veel slechter. Hij was ook niet meer scherp, maar berustend. Ik miste het leuke gesprek met hem, maar dankte de hemel dat dit hem was overkomen. Nu zou hij hier blijven, hetgeen hij wilde en volgens zijn plan was. Hij ging snel achteruit. Zijn familie waakte bij hem, dag en nacht. Korte tijd daarna viel hij in een diepe slaap en stierf heel vredig. Heb er nog veel over nagedacht. Je kunt het leven iets, maar het sterven helemaal niet beïnvloeden. Maar hij kon het toch ergens wel!

Verhalen

De begrafenisondernemer

Geplaatst op

Ze was kunstenares, tot haar 96e jaar toe. Prachtige beelden maakte ze. Elke middag zat ze in de tuin, een glaasje wodka drinken en een sigaartje roken, samen met haar zoon. Ze genoot daarvan, evenals van alle aandacht die ze kreeg. Eten deed ze nog weinig, vaak alleen een beetje kippensoep, gemaakt door onze kok (vrijwilliger). Na een aantal dagen bleef ze steeds vaker op haar kamer liggen. Ze was niet echt ziek, maar wel erg moe. Tot ze helemaal op bed bleef, ze sliep veel. Die avond kwam ik in het hospice. Ze was in een heel diepe slaap en leek niet meer wakker te worden. Ik ging bij haar waken, tot de familie zou komen. Ik heb naast haar bed het boek bekeken waarin veel van haar kunstwerken en haar levensverhaal stonden, heel mooi. Toen ik het dichtsloeg zei ik tegen haar dat het jammer was dat het boek nu gesloten was. Ik legde het op haar bed. Ze lag zo mooi, met gelakte nagels, oogschaduw, in een heel rustige houding, heel voldaan. En dat zonder enige medicatie! Het was de eerste keer dat ik zo sterk het gevoel had dat een leven helemaal af was. De volgende ochtend is zij rond zonsopgang overleden. De volgende avond was ik er weer. Toen werd zij door de begrafenisondernemer opgehaald. Dat was een onprettige ervaring. Ze lag op de brancard, met een heel mooi kleed over haar heen. Na het afscheid, met familieleden en alle medewerkers die op dat moment in het huis aanwezig waren, werd zij uitgeleide gedaan. Buiten stond een soort moderne gezinsauto met in de achterklep vier luiken. Zij werd in een van de luiken geschoven en vergrendeld, zonder enig eerbetoon. De chauffeurs verdwenen daarna, zonder enige blijk van respect aan de familie of een hand om hen sterkte te wensen, in hun auto en reden weg. Hoe bedenkt een begrafenisondernemer/uitvaartcentrum het om een auto met vier ‘ligplaatsen’ in te zetten? Hoe bedenken chauffeurs van deze organisaties het om net te doen of zij een paar kratten bier aan het verplaatsen zijn? Daar kan ik me nu echt boos over maken, het is geen pure business, het gaat om mensen! Bijzondere mensen, want elk mens is bijzonder. In mijn ‘stervensplanning’ zal ik zeker opnemen dat ik never nooit in zo’n auto wil liggen. Dat is dan even een lastig moment, als alles voorbij is. De familie had aangegeven dat zij graag wilden dat wij de kamer waar zij in gelegen had opruimden. Dat had ik ook nog nooit meegemaakt. Samen met mijn collega pakten we al haar kleren, foto’s, kunstwerken, boeken en bijouterie in. We hadden alle twee iets met haar. Was eigenlijk wel mooi na die koude ervaring van zojuist. Toen alles was ingepakt bedacht ik dat haar wodka wellicht nog in de vriezer lag. En ja, hele koelkast leeg, maar een gevulde fles in het vriesvak. Mijn collega opperde om nog even op haar te proosten. Haha, zei ik, dat zou ze wel leuk hebben gevonden. Voor ik het wist had hij twee glazen gepakt. We schonken een klein slokje in de glazen en hebben een toost op haar mooie leven uitgebracht!

Verhalen

‘Verloren’ zoon

Geplaatst op

Mevrouw De Lange leek me bij de eerste kennismaking een stevige vrouw die vooral niet om hulp zou vragen. Ze deed me aan mijn moeder denken: altijd aan het werk en niet klagen. Ik zag twee geweldige kinderen heel vaak bij haar op bezoek. Een zoon en een dochter. Die waren heel bezorgd om haar, en heel liefdevol. Als zij weg waren ging ik vaak even naast haar zitten. Ik had in het vrijwilligersdossier gezien dat zij, toen ze de diagnose hoorde, precies op die dag een jaar ervoor haar man had verloren. Ze pakte dit op als een teken en weigerde elke behandeling. Stevige vrouw dus inderdaad. Maar de laatste fase viel niet mee. Ze had veel pijn, en inderdaad, ze vroeg weinig om pijnstilling. Toen we dat door hadden, heeft ze gekregen wat ze nodig had. In de gesprekken die we hadden, vertelde ze over haar leven. Wat haar heel erg dwars zat, was dat ze nog een zoon had die ze 29 jaar niet gezien had. Ze snapte het niet, ze wist ook niet waarom. In het begin probeerde ze heel vaak om dan maar minimaal contact te houden, met een brief, of langsgaan. Maar de schoondochter gooide de deur voor haar neus dicht. Ze was er verdrietig over, dat was de grote teleurstelling in haar leven, waar ze in deze fase mee moest dealen. Ze voelde zich steeds zwakker, maar had weinig pijn meer. Op een avond vertelde ze dat afgelopen zondag haar tweede zoon was geweest, plotseling, zonder aankondiging. Hij had zijn excuses aangeboden, maar geen uitleg gegeven. Ze was blij dat hij even geweest was, maar ze had geen antwoorden op haar vragen gekregen. Ze wist dat dat de laatste keer was dat ze hem zag. Haar kleinkinderen heeft ze nooit meer gezien. Ik hield haar hand vast, dat vroeg ze, heel stevig hield ze mijn hand vast. Zo zaten we daar in mijn diensten samen. Soms zeiden we niets, het was goed, ze wist wat er komen ging. Ze overleed kort daarna, in bijzijn van haar andere zoon en dochter.

Verhalen

De grillen van meneer Van Soest

Geplaatst op

Meneer Van Soest kwam heel ziek binnen, net uit het ziekenhuis. Vervelende ziekte waar het verloop grillig van kon zijn. Hij keek een beetje benauwd, maar bleek zijn woordje klaar te hebben. De eerste keer vroeg hij om de plasbeker. Ik gaf hem die. Hij keek me bozig aan: ‘Ik ben een man, dus ik moet STAAN’! Ik barstte in lachen uit. Vanaf toen konden we het heel goed vinden. Een bereisde man, op flink hoge leeftijd, maar dat zag je niet zo aan hem. Na een paar dagen knapte hij op, las de krant en ging weer naar buiten. Hij was gescheiden en woonde alleen. In een gezellige buurt, want regelmatig kwamen twee buurvrouwen op bezoek. Die boden aan om voor hem te koken als hij weer thuiskwam. Thuiskomen dacht ik? Maar het ging steeds beter met hem. Hij had mooie verhalen. Bijvoorbeeld over Oost-Europa, zo’n 30 jaar geleden, of over Parijs, waar hij een tijd heeft gewoond. Het hospice werd voor hem meer een heel prettig hotel. Op een goede dag hoorde ik dat hij naar huis was gegaan. En op een goede dag was meneer Van Soest weer terug. Het ging thuis niet meer, elke middag was hij wankel, hij was bang om te vallen. De hospice-arts had hem daarom een aantal dagen opgenomen, om te kijken wat er precies aan de hand was. Hij bleef deze keer vooral in bed en zag er slechter uit dan de vorige keer. Hij had veel moeite met de onvoorspelbaarheid van zijn ziekteverloop. En en passant merkte hij op dat hij ‘er geen zin meer in had’, in dit leven zo. ‘Maar ja, euthanasie doen ze hier niet.’. Hij praatte niet tegen mij leek het, maar tegen zichzelf. Bij de eerste opname accepteerde hij helemaal niet dat hij ziek was. Ik kreeg de indruk dat dit nu begon door te dringen. Dat beangstigde hem, zoals iedereen dat zou doen. Hij was erg zelfstandig, dan is het moeilijk om je over te geven aan zorg. Ook dit geldt voor iedereen, maar voor hem net iets meer. We hadden enorm veel lol. Dit gold niet voor iedereen in het hospice! Vrouwen konden wel een potje breken, maar op mannen aan zijn bed had hij het niet zo. Daar was hij ook heel duidelijk in…. Tot het einde toe hield meneer Van Soest zijn kwajongensstreken. Er kwam een familielid dat hij liever niet zag (kennelijk). Ik vroeg of hij haar wilde ontvangen en hij zei met tegenzin ‘ja’. Hoorde ik later van mijn collega dat hij zich gewoon slapende had gehouden! Op een gegeven moment ging het heel snel slechter met hem. Binnen een paar dagen overleed hij.

Verhalen

Eenzaamheid

Geplaatst op

Mevrouw Bloem was levensmoe, heel moeilijke jeugd gehad, geen echtgenoot of kinderen. Ze wilde niet meer verder, maar ‘ze kwam niet voor euthanasie in aanmerking’. Toen heeft ze thuis twee weken niet gegeten en amper gedronken. Geheel verzwakt kwam ze in het hospice aan, ze kwam niet meer uit bed. Ze werd gebracht door een nicht. Die was heel zorgzaam. ’s Avonds stond er weer ‘een nicht’ voor haar deur. Die twee nichten bleken elkaar helemaal niet te kennen! Maar ook zij was heel zorgzaam. We mochten mevrouw Bloem geen eten aanbieden, alleen vragen ‘of we iets voor haar konden doen’, uit respect voor haar besluit. En ja, dat konden we. Na een paar dagen begon zij soep te eten, en boterhammen. Ze werd steeds vrolijker, genoot van alle bezoek, van de nichten en de vrijwilligers. Ik noemde haar altijd ‘de prinses’. Zo lag zij er ook bij, in lakens met rozen erop en met een gelukzalige glimlach om haar mond. We kregen de indruk dat ze vooral heel eenzaam was toen ze haar besluit had genomen om niet meer te eten en te drinken. Dit laat zien dat eenzaamheid verstrekkende gevolgen kan hebben. Mevrouw Bloem is naar huis gegaan.

Verhalen

Moeder en zoon

Geplaatst op

Op twee hoog zijn twee kamers. Op de ene kamer lag mevrouw Wagenaar en op de andere kamer haar zoon. Haar zoon was ernstig ziek. Omdat zij niet alleen thuis kon blijven, is moeder ook opgenomen. Ze ging regelmatig in de rolstoel naar haar buurman. Ze zaten bij elkaar, maar spraken geen woord. Op een gegeven moment liet haar zoon blijken, hij kon niet meer praten, dat hij geen behoefte meer had aan haar bezoekjes. Dat deed haar pijn. Het was een heel onrustige vrouw. Ze was bang. Bang om wat zou komen en bang of zij wel in de hemel kwam (streng gelovig), want ze had een en ander op haar kerfstok zei ze. Ze had heel lang met haar man en zoon samengewoond. Ze was een echte huisvrouw, die erg hield van lekker koken. Ze genoot ook van eten. Elke avond wilde ze geen keuze maken uit het menu, maar verrast worden. Viel het in de smaak, dan werd je de hemel in geprezen. Viel het niet in de smaak, dan bleef ze heel lang mopperen. Ze verontschuldigde zich vaak voor alles. Dat ze vast lastig was, dat we haar niet aardig vonden, dat ze zo vaak naar het toilet moest. Met haar zoon ging het slechter. Ze vroeg aan iedereen die in haar kamer kwam hoe het met hem ging. Op een goede dag kwam ik boven. Ze sliep, ze sliep de hele dag al. Dat was ik niet van haar gewend. Ze overleed kort daarna, dit hadden wij bij aankomst niet gedacht. Haar zoon was erg verdrietig. Hij wilde en kon ook niet naar de begrafenis. Hoewel hij niet sprak, niemand om zich heen wilde hebben, geen bezoek wilde ontvangen, merkte je toch dat hij zeer aangedaan was. En heel alleen. Een week later overleed hij.

Verhalen

De couturier

Geplaatst op

Tja, mevrouw Merkelson, wat een prachtig mens! 97 jaar, klein en iel, maar o zo helder en verzorgd. Ze was altijd opgemaakt, had de mooiste kleren aan en vooral mooie schoenen: laarzen met heel hoge hakken. En dat alles in de mooiste en felste kleuren. Soms ging ze met haar couturier uit lunchen. Fantastisch. Na de oorlog had ze besloten om rijk te worden. Dat is haar, samen met haar man, goed gelukt. Ze was al eens eerder bij ons geweest, heel ziek. Maar knapte weer op. Ook deze keer. Zodra ze zich weer wat fitter voelde, ging ze naar huis. Ze had nog te veel te doen…

Verhalen

Eten in de laatste levensfase

Geplaatst op

Nieuwe bewoonster opgenomen, mevrouw De Raad. Ik lees haar dossier, vrijwilligersdossier dan. Ingewikkelde spierziekte, ze kan zich niet meer uiten. Ze is geestelijk echter helemaal bij de pinken. Ik ga kennis met haar maken. Een kleine vrouw, die amper kan bewegen. Ze kan met haar hand nog net ja of nee aangeven. Moeilijk, ze is helemaal bij kennis, maar helemaal opgesloten in haar lichaam. Ik zie twee leuke meiden aan haar bed. Blijken haar dochters te zijn. Ze zien er zo rond de dertig uit. Ik ga nog een keer in het dossier kijken. Mevrouw De Raad is al ruim in de zeventig, die meiden moeten dus ouder zijn dan ze lijken. Zie nu ook dat in het dossier staat dat mevrouw een levenslustige reizigster was, die de hele wereld zo’n beetje heeft gezien. Dat is amper voor te stellen als je haar in het bed ziet liggen. Ze kan ook bijna niet meer eten, de slikspieren zijn grotendeels uitgevallen. Ik ga in gesprek met de dochters. Ze zijn heel bezorgd en willen graag dat we haar te eten geven. Dat is wel lastig als iemand niet kan slikken. Ik ga het proberen met dik, vloeibaar eten. Ik geef haar een klein lepeltje, maar zie dat het eten in haar mond blijft zitten. Ik geef haar een slokje drinken, dat komt er met dezelfde vaart weer uitzetten. Eten lukt niet meer, drinken ook niet. De dochters vragen ons nog eens om haar voedsel te geven. Maar het gaat echt niet. Iemand die stervende is en aangeeft dat ie niet meer wil eten of drinken moet je ook niets geven. Dit kan zelfs schadelijk zijn. Maar ja, hoe leg je dat uit aan de omgeving die geen afscheid kan en wil nemen? De hospice-arts legt het hen uit. Ze accepteren het, dat is een belangrijke stap naar afscheid. Het geeft ook rust, naast verdriet. Heel kort daarna overleed mevrouw De Raad.