Verhalen

Een geschenk op de valreep

Max was een heel bijzondere man. Je kwam binnen en hij keek door je heen. Op die manier reageerde hij ook op je. Ieder wat wils, of je wilde of niet. Hij was kunstenaar, gaf op de universiteit kunstlessen en was een heel belezen man. Bij onze kennismaking was het meteen goed. Een van de eerste vragen die hij aan mij stelde, na uitgebreid geïnformeerd te hebben wie ik was en wat ik zoal deed, was of ik de laatste woorden van Vesalius kende. Wist wel dat Vesalius de grondlegger van de anatomie was, maar verder had ik me nooit in hem verdiept. Dat moet ik vanavond even googlen dacht ik. Maar op die manier kwam ik er niet achter. Dus de volgende dienst naar hem toe. Ik gaf eerlijk toe dat ik er niet achter was gekomen en wel heel nieuwsgierig was naar de laatste woorden van zo’n medische legende. Vond ie leuk. Ergens in een agenda had hij de tekst bewaard. Die hebben we gevonden, mooie woorden, onverwacht diepzinnig. Toen kon het niet meer stuk tussen ons. We praatten wat af. Hij was oud en op, zei hij zelf. Volgens mij was hij lichamelijk niet zo op, maar hij had een besluit genomen. Dat eenmaal genomen, moest er maar snel een einde aan zijn leven komen vond hij. Hij was heel blij met zijn geleide leven, keek er met liefde op terug, no doubts, hij was klaar. Hij kwam niet meer uit bed, was ineens helemaal afhankelijk. Dat is moeilijk te verteren, maar kan op zo’n moment niet anders. Maar hij bleef desondanks wel in staat om te sturen. Hij bracht zelf een onderscheid aan tussen mensen met wie hij praatte en mensen die hem verzorgden. Begreep het wel, maar gaat even buiten de regeltjes om. Gelukkig werd dat wel geaccepteerd. De enige oplossing voor hem was snel sterven. Hij vertelde me dat hij als depressief was gediagnostiseerd. Dat zag hij wel, maar wilde dat oordeel eigenlijk ook weer niet aan. Na enkele weken bleek hij ‘stabiel’ te zijn. Er werd met hem gesproken over overplaatsing naar een verpleeghuis. Hij begreep dat heel goed, maar het paste niet bij zijn plan. Daar had hij het moeilijk mee. In het verpleeghuis was op dat moment geen plaats, dus het was afwachten. Dat vond hij moeilijk. Hij wist niet waar hij aan toe was. ‘Deze onzekerheid kun je een mens toch niet aandoen’ zei hij. Nee, eigenlijk niet. Maar we hebben nu eenmaal geen zeggenschap over het moment van sterven en er zijn veel criteria die bepalen waar je op zo’n moment terechtkomt. Wat kun je voor iemand in deze situatie doen? De volgende dienst hoorde ik bij de overdracht dat hij waarschijnlijk een tia had doorgemaakt. Ik kwam boven en hij was heel anders. Zijn gehoor was al slecht, maar nu nog veel slechter. Hij was ook niet meer scherp, maar berustend. Ik miste het leuke gesprek met hem, maar dankte de hemel dat dit hem was overkomen. Nu zou hij hier blijven, hetgeen hij wilde en volgens zijn plan was. Hij ging snel achteruit. Zijn familie waakte bij hem, dag en nacht. Korte tijd daarna viel hij in een diepe slaap en stierf heel vredig. Heb er nog veel over nagedacht. Je kunt het leven iets, maar het sterven helemaal niet beïnvloeden. Maar hij kon het toch ergens wel!