Verhalen

Happy in het hospice

Meneer Kaarsenmaker was een vrolijke gast in het hospice. Hij probeerde altijd slinks je naam op je badge te lezen en begroette je dan met je eigen naam, en altijd een hand. Goedemorgen Joke, goedemiddag Joke, goedenavond Joke. Een van de eerste avonden vroeg hij om even naast hem te gaan zitten. We namen zijn leven door. Druk, mooi leven. Zijn vrouw was al eerder overleden. Hij miste haar nog steeds heel erg. Enige jaren geleden was hij ook een zoon verloren. Dat was nog steeds moeilijk voor hem. Veel te jong, hij huilde. Maar ging snel over op mooie, trotse verhalen over zijn kleinkinderen. Een van zijn kleinkinderen had het heel moeilijk met de situatie van zijn opa. Met hem had hij vanmiddag een goed gesprek gevoerd. Opa had hem bemoedigend toegesproken. Gezegd dat hij een mooi leven had gehad en dat hij nu geroepen werd. Dat hij ook iets moois van zijn leven moest maken, ondanks tegenslagen. Dat gesprek had zijn kleinzoon (en hemzelf) goed gedaan. Aan zo’n opa heb je wat.
Meneer Kaarsenmaker kwam vaak in de huiskamer eten. Vond hij gezellig, met bezige bijen om hem heen, en gelach.  Hij kaartte ook graag met familie in de tuin. Dan boden we ze een glaasje aan en een zoutje. Hij zat te genieten. Daar was hij ook duidelijk over: ‘ik voel me hier zo happy!’. Die avond deed ik de lichten voor hem aan en de gordijnen dicht. Hij was verdrietig. Ik vroeg of het ging. Hij zei nogmaals dat hij zo happy hier was, ‘want zoals zijn zoon was gestorven in het ziekenhuis, dat was verschrikkelijk’, dat wilde hij nooit meer meemaken. Nu begreep ik zijn rust, zijn kracht, zijn positiviteit over de situatie in zijn laatste levensfase. Hij voelde zich veilig en kon mede daardoor het einde van zijn leven accepteren. Hij verlangde er ook naar bij zijn vrouw en zoon te zijn. Een dag later bleef hij de hele dag op bed liggen. Dat was een duidelijk teken. De nacht erop overleed hij, in bijzijn van zijn zoon.