Verhalen

Moeder en zoon

Op twee hoog zijn twee kamers. Op de ene kamer lag mevrouw Wagenaar en op de andere kamer haar zoon. Haar zoon was ernstig ziek. Omdat zij niet alleen thuis kon blijven, is moeder ook opgenomen. Ze ging regelmatig in de rolstoel naar haar buurman. Ze zaten bij elkaar, maar spraken geen woord. Op een gegeven moment liet haar zoon blijken, hij kon niet meer praten, dat hij geen behoefte meer had aan haar bezoekjes. Dat deed haar pijn. Het was een heel onrustige vrouw. Ze was bang. Bang om wat zou komen en bang of zij wel in de hemel kwam (streng gelovig), want ze had een en ander op haar kerfstok zei ze. Ze had heel lang met haar man en zoon samengewoond. Ze was een echte huisvrouw, die erg hield van lekker koken. Ze genoot ook van eten. Elke avond wilde ze geen keuze maken uit het menu, maar verrast worden. Viel het in de smaak, dan werd je de hemel in geprezen. Viel het niet in de smaak, dan bleef ze heel lang mopperen. Ze verontschuldigde zich vaak voor alles. Dat ze vast lastig was, dat we haar niet aardig vonden, dat ze zo vaak naar het toilet moest. Met haar zoon ging het slechter. Ze vroeg aan iedereen die in haar kamer kwam hoe het met hem ging. Op een goede dag kwam ik boven. Ze sliep, ze sliep de hele dag al. Dat was ik niet van haar gewend. Ze overleed kort daarna, dit hadden wij bij aankomst niet gedacht. Haar zoon was erg verdrietig. Hij wilde en kon ook niet naar de begrafenis. Hoewel hij niet sprak, niemand om zich heen wilde hebben, geen bezoek wilde ontvangen, merkte je toch dat hij zeer aangedaan was. En heel alleen. Een week later overleed hij.