Verhalen

Verzet

Mevrouw De Laat was bijna 8 maanden in het hospice. Ze kwam uitgeput, uitbehandeld en onrustig op de mooiste kamer van het hospice te liggen. Ze had een hoge functie gehad en een man met veel aanzien. Toen ze binnenkwam had ze een pruik op. Eenmaal op haar kamer heb ik die nooit meer gezien. Ze is ook niet één keer van haar kamer afgekomen in al die maanden. Elke avond om half 7 kwam haar zus langs. Soms praatten ze, maar vaak zaten ze alle twee een boek of de krant te lezen. Haar familie en vrienden kwamen ook vaak. Ze was niet gediend van onzinpraatjes of te zorgzaam (betuttelend) gedrag. Je moest dus wel goed op je woorden passen. Maar als je eenmaal haar hart had gestolen dan liet ze haar mooie kant zien. Mijn indruk was dat ze heel boos was op deze situatie, dat haar dit overkwam. Ze had een stevig karakter, dat liet ze ook zien. Sporten hield ze niet van, had ze ook nooit gedaan, zelfs niet kijken naar wedstrijden van haar kinderen vroeger. Ze kreeg langzamerhand heel goede banden met een aantal vrijwilligers. De regel was: niet storen. Maar de vrijwilligers die ze mocht, konden altijd binnen komen. Later hoorde ik dat een collega haar zelfs elke keer bij binnenkomst en weggaan een kus gaf. Ook was er een collega die op een ‘vrije’ dag bij haar langsging. Dat is niet de bedoeling, maar het is wel een moeilijk vraagstuk. Je krijgt soms een heel goede band met mensen die (langer) in het hospice liggen. Daar wil je graag nog meer voor doen. En zij vragen soms ook om die hulp. Maar je moet ook professioneel blijven. Bijzondere vrouw dus, zelfs op haar sterfbed kon ze nieuwe en warme relaties aangaan. Ze wilde niet sterven, verzette zich ertegen, tot het aller-, allerlaatste moment. De laatste energie in haar lichaam heeft ze met haar sterke geest verbruikt. Verschillende collega’s waren erg ontroerd door haar overlijden.