Blog

Stervensplanner

Reactie op opiniestuk NRC van Bert Keizer d.d. 28 november 2015: Geef liever een hand dan een pil

Artsen zijn multitaskers. Maar om medicus, specialist, manager, ondernemer en nu ook nog gesprekspartner over het levenseinde te zijn is wel veel gevraagd. Het wordt tijd voor stervensplanners.

Elke arts, verpleegkundige, verzorgende, iedereen eigenlijk, kent een meneer of mevrouw De Vries. Iemand in de omgeving die sterft in een ziekenhuis, dat veel te medisch is ingericht om in rust te kunnen sterven. Of iemand die thuis is gestorven. Wat veelal goed verloopt, maar waar ook soms onvoldoende zorg geregeld kan worden. Of iemand die in een hospice terecht komt, eruitziend als een medisch experiment: blauw geprikt, kaal, misselijk en heel erg moe. Mensonterend.

De medische stand denkt hier gelukkig steeds meer over na. Dat blijkt o.a. uit het recent uitgebrachte KNMG-rapport ‘Passende zorg in de laatste levensfase: niet alles wat kan, hoeft’. Heel goed dat er discussie wordt ingezet over de grenzen van medisch-technologische geneeskunde. Nog beter zou zijn als de vraag naar een respectvol en waardig levenseinde sterk toeneemt. Als mensen bij het horen van een ernstige diagnose (kunnen) kiezen voor ‘niet levensverlengend behandelen’. Dan pas gaat er echt iets veranderen.

Ik ben het helemaal eens met de oplossingsrichtingen van de heer Keizer: er moet altijd ‘grijs’ aanwezig zijn op zorgplekken waar (einde)levensvragen een rol spelen. En palliatieve zorg moet nog veel meer ingezet en doorontwikkeld worden, hetgeen ook gaande is. Wet- en regelgeving is hierbij belangrijk, want ‘niet behandelen’ past niet goed bij de artseneed. Overigens was het in de tijd van de filosoof Seneca, begin van de jaartelling, heel gebruikelijk, zelfs een taak, dat geneesheren mensen hielpen te sterven wanneer zij daarvoor klaar waren. En hospices moeten natuurlijk de ‘intramurale’ voorzieningen worden waar mensen als de heer en mevrouw De Vries terecht kunnen.

Op de tweede oplossingsrichting van Keizer zou ik graag een verdieping aanbrengen. Keizer stelt voor om binnen een ziekenhuis een arts ‘de baas’ te maken die diagnostiek kan inzetten of weigeren, mede op basis van het levensverhaal van de zieke mens. Buiten dat geen arts in een ziekenhuis naast de DBC’s om hier voldoende tijd voor heeft, en dat de patiënt vooral zelf ‘de baas’ zou moeten zijn, vind ik dat dit een vak moet worden. Iemand met een medische of gespecialiseerde verpleegkundige achtergrond. Een stervensplanner, levenseindebegeleider, keuzehelper. In ieder geval, een ‘grijs’ iemand die aanwezig is bij of net na het ‘slechtnieuwsgesprek’ en daarna, vanuit ervaring met levenseinde- en zingevingsvraagstukken, de patiënt en zijn naasten helpt om tot keuzes te komen. En die als persoonlijk begeleider de ondersteuning tot het levenseinde op zich neemt, ook buiten het ziekenhuis.

Laatst sprak ik een fantastische non. Zij reist de halve provincie af om mensen te ondersteunen in de laatste levensfase. Iedereen kent haar en vraagt naar haar als het levenseinde in zicht is. Ik vroeg wat haar geheim was. Met een brede grijns antwoordde zij ‘luisteren’. Dat sluit mooi aan op de oproep van de voorzitter van de KNMG-Stuurgroep Passende zorg, Gerrit van der Wal: ‘Laten wij medici weer patiëntenluisteraars zijn’. Graag! En zeker in de laatste levensfase.