Verhalen

‘Verloren’ zoon

Mevrouw De Lange leek me bij de eerste kennismaking een stevige vrouw die vooral niet om hulp zou vragen. Ze deed me aan mijn moeder denken: altijd aan het werk en niet klagen. Ik zag twee geweldige kinderen heel vaak bij haar op bezoek. Een zoon en een dochter. Die waren heel bezorgd om haar, en heel liefdevol. Als zij weg waren ging ik vaak even naast haar zitten. Ik had in het vrijwilligersdossier gezien dat zij, toen ze de diagnose hoorde, precies op die dag een jaar ervoor haar man had verloren. Ze pakte dit op als een teken en weigerde elke behandeling. Stevige vrouw dus inderdaad. Maar de laatste fase viel niet mee. Ze had veel pijn, en inderdaad, ze vroeg weinig om pijnstilling. Toen we dat door hadden, heeft ze gekregen wat ze nodig had. In de gesprekken die we hadden, vertelde ze over haar leven. Wat haar heel erg dwars zat, was dat ze nog een zoon had die ze 29 jaar niet gezien had. Ze snapte het niet, ze wist ook niet waarom. In het begin probeerde ze heel vaak om dan maar minimaal contact te houden, met een brief, of langsgaan. Maar de schoondochter gooide de deur voor haar neus dicht. Ze was er verdrietig over, dat was de grote teleurstelling in haar leven, waar ze in deze fase mee moest dealen. Ze voelde zich steeds zwakker, maar had weinig pijn meer. Op een avond vertelde ze dat afgelopen zondag haar tweede zoon was geweest, plotseling, zonder aankondiging. Hij had zijn excuses aangeboden, maar geen uitleg gegeven. Ze was blij dat hij even geweest was, maar ze had geen antwoorden op haar vragen gekregen. Ze wist dat dat de laatste keer was dat ze hem zag. Haar kleinkinderen heeft ze nooit meer gezien. Ik hield haar hand vast, dat vroeg ze, heel stevig hield ze mijn hand vast. Zo zaten we daar in mijn diensten samen. Soms zeiden we niets, het was goed, ze wist wat er komen ging. Ze overleed kort daarna, in bijzijn van haar andere zoon en dochter.